Skip to main content

Wat betekent het tweestatusstelstel voor het recht op gezinshereniging?

Gezinshereniging

Op 21 april 2026 werd door de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet invoering tweestatusstelsel aangenomen. Op grond van dit tweestatusstelsel zal voortaan een onderscheid worden gemaakt tussen vluchtelingen (a-grond) en personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen (b-grond). Dit onderscheid is van belang voor de hereniging met nareizende gezinsleden, voor personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen zullen de eisen voor gezinshereniging onder het tweestatusstelsel namelijk veel strenger zijn dan voor vluchtelingen.

Het tweestatusstelsel

Voor subsidiair beschermden veranderen de regels met betrekking tot gezinshereniging aanzienlijk. Binnen het tweestatusstelsel kunnen zij pas na een wachttijd van 2 jaar gezinshereniging aanvragen. Daarbij is van belang dat zij een duurzaam inkomen en een geschikte woonruimte voor het hele gezin hebben.
Voor zowel vluchtelingen als subsidiair beschermden is gezinshereniging (nareis) straks slechts mogelijk voor leden van het kerngezin. Onder het kerngezin vallen overeenkomstig art. 29 lid 3 Vreemdelingenwet 2000 de volgende gezinsleden:

a. De meerderjarige echtgenoot;
b. Het biologische of geadopteerde minderjarige kind;
c. De ouders, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is;
d. De minderjarige broer of zus, indien die vreemdeling een alleenstaande minderjarige is, die broer of zus gelijktijdig met een ouder, bedoeld in onderdeel c, de aanvraag heeft ingediend en ten laste komt van die ouder.

Mogelijkheden voor gezinshereniging binnen twee jaar voor subsidiair beschermden

Onder het huidige stelsel was het niet mogelijk om bij de rechter in beroep te gaan wegens de grond waarop iemand een verblijfsvergunning krijgt. De rechten en aanspraken waren immers bij zowel de a-grond als de b-grond hetzelfde. Onder het tweestatusstelsel is het wel mogelijk in beroep te gaan tegen de verkregen verblijfsvergunning op een b-grond, nu aan deze grond minder rechten zijn verbonden dan aan een verblijfsvergunning op een a-grond. De rechtspraak zal als gevolg van het tweestatusstelsel worden geconfronteerd met een toename in beroepsprocedures. Een geslaagd beroep op de verleende grond voor de verblijfsvergunning, zal ertoe leiden dat iemand als vluchteling wordt aangemerkt en daarmee wel direct een aanvraag voor gezinshereniging kan doen.

Het recht op gezinshereniging valt onder artikel 8 van het EVRM, het recht van eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven. Hoewel het EHRM in M.A. t. Denemarken reeds oordeelde dat een wachttijd van drie jaar voor gezinshereniging niet buiten proportioneel is, kan een aanvraag op grond van artikel 8 EVRM niet worden afgewezen zonder een beoordeling van de individuele omstandigheden. Bij deze beoordeling moet rekening worden gehouden met omstandigheden zoals de duur van de scheiding, de situatie in het land van herkomst en de mogelijkheid om het gezinsleven elders uit te oefenen. Een beroep op artikel 8 EVRM zou daarmee in sommige gevallen ertoe kunnen leiden dat subsidiair beschermden binnen een periode van twee jaar al een geslaagd beroep op gezinsherenging kunnen doen.

Onmiddellijke werking van het tweestatusstelsel

Het is het uitgangspunt dat de nieuwe regelgeving in werking treedt met onmiddellijk werking, dit betekent dat het geldende recht op het moment dat de aanvraag door de Minister wordt behandeld van toepassing is.

Voor asielzoekers en statushouder met een verblijfsvergunning verleend op de b-grond zal het tweestatusstelsel leiden tot aanzienlijke veranderingen met betrekking tot gezinshereniging. Heeft u vragen over de mogelijkheden voor gezinshereniging voor u of iemand die u kent? Neem dan contact op met Jos Hemelaar of Eva Wösten.